Deborah Van Duin

Mijn naam is Deborah van Duin. Ik woon in Groningen en ik ben 57 tegen de tijd dat ik de beginregels van jouw verhaal lees. Voor mij is dit de eerste keer dat ik in de jury van de Waterloper zit. Ik heb er heel veel zin in.

Wanneer ben ik enthousiast over je verhaal? Daar kan ik kort over zijn: als ik jóú erin aantref. Jouw kloppend hart, jouw eigenheid. Wat ik zoek in de verhalen die ik deze zomer ga lezen, is zeggingskracht. Ik wil bij het lezen merken dat je iets van me wilt. Dat je me door jouw ogen naar de wereld wilt laten kijken, mij wilt laten delen in een ervaring die je aan het hart ligt, me een vraag wilt stellen of juist een statement wilt maken. Dat je me laat zien waar jouw passie bij het schrijven ligt: bij een originele verhaalwereld, levensechte personages, actie en spanning, bijzonder taalgebruik of wat dan ook.

Ik ben een groot liefhebber van het speculatieve kortverhaal. Al van jongs af aan houd ik meer van fantastische boeken dan van realistische. Mijn studiekeuze ooit (Engels met als specialisatie Oud- en Middelengels) is beslist te wijten aan ene J.R.R.T. uit O. Kortverhalen heb ik eigenlijk pas recent ontdekt. Vroeger vond ik ze onbevredigend omdat de verhaalwereld en de personages minder goed uit de verf komen dan in een roman. De laatste jaren waardeer ik ze juist, zo erg zelfs dat ik een website ben begonnen over ‘Het Nederlandstalige speculatieve kortverhaal’. Die voorliefde is ontstaan toen ik ging inzien dat een verhaal dat nauwelijks ruimte heeft voor een volledig uitgewerkte verhaalwereld of complexe personages, juist veel ruimte heeft voor wat je ‘het idee erachter’ zou kunnen noemen. Een goed kortverhaal is geen roman van geringe lengte. Het is een zorgvuldig gecomponeerd geheel waarin alles in perfect samenspel bij elkaar komt: de fantastische verhaalwereld, de personages, de gebeurtenissen en dat kloppend hart van jou.

Bij het lezen van de verhalen deze zomer ga ik vrij analytisch te werk, dat is nu eenmaal de aard van dit beestje. Ik laat het verhaal eerst op me inwerken en stel mezelf daarna vragen. Over wat ik denk dat jij als schrijver met mij als lezer wilt delen, en of het verhaal zich aandient op een presenteerblaadje of dat het me uitnodigt om ergens over na te denken. Daarnaast let ik sterk op het ‘hoe’. Zet je bij het schrijven vooral actie, reflectie en dialoog in, of gebruik je een van die verteltechnieken die je in speculatieve kortverhalen vaak tegenkomt? Zijn er bijvoorbeeld metaforen te vinden, is het hele verhaal misschien zelfs één grote metafoor (allegorie)? Is er sprake van satire of ironie? Wordt er verwezen naar mythen of andere verhalen? Heb je een bijzondere structuur gekozen of een ongewoon vertelperspectief? En hoe komt het geheel, alles bij elkaar genomen, dan op mij als lezer over? 

Ik kijk ernaar uit. Ik vind het een eer om in de jury van de Waterloper te zitten en ik hoop dat ik jou aan het einde van het jaar met mijn commentaar iets breng waar je wat aan hebt. En natuurlijk vind ik zo’n binge-read van nieuwe speculatieve kortverhalen stiekem ook gewoon heerlijk.

Succes bij het schrijven!

De website van Deborah van Duin vindt je hier.

Scroll naar boven